De beer en de man

Er gaat al een paar weken op Tumblr een soort vraagstuk rond. Het gaat als volgt:

Zou je liever vast zitten in een woud met een man of een beer?

Simpel toch. Het internet staat erover in brand, toch het gedeelte dat over feminisme en meninisme gaat. En waarvoor? De vraag is bijna uitsluitend gericht aan vrouwen en zij kiezen bijna uitsluitend de beer. Het is niet zozeer een vraagstuk als een manier om de angst die vrouwen in de huidige samenleving ondervinden, en dan specifiek de Westerse want dat is grotendeels de demografiek dat zich in dit soort vraagstukken verliest, die angst een raakvlak te geven bij de mensen die niet begrijpen dat de vrouwen in angst leven. Want komaan, een beer of een man, veel simpeler kan je een keuze niet maken. Het is voor de hand liggend niet?

Denk er even over na, en misschien kom je erachter dat het eigenlijk niet zo vanzelfsprekend is. Je eerste reactie is hopelijk een van vragen te stellen. ‘Hoezo, ik ben alleen in het bos? Hoe kom ik daar? Ben ik bekend hier, of is dit een rare dropping of ontvoering?’

De persoon over je zegt: ‘Nee, dit is een gedachte-experiment. Stel het je gewoon voor, wat zou je dan kiezen?’

Waarop ons redelijk hoofdpersonage vraagt: ‘Is de man gewapend?’

‘Nee, niet gewapend,’ zucht de persoon. Hij begint al spijt te krijgen van de extra vragen die hier nodig zijn. ‘Waarom is dat relevant?’

‘Heb ik schrik van hem?’

‘Dat weet ik niet.’

‘Hoe bedoel je dat je dat niet weet. Dat is toch belangrijk in dit hele ding?’

‘Ja ik weet niet waar jij schrik van hebt.’

‘Waarom is die man dan hetzelfde als de beer?’

‘Hij is niet hetzelfde als de beer.’

‘Dat is wat je impliceert!’

Hier botsen we tegen een eerste struikelblok in dit vraagstuk. Als je puur van de vraagstelling uitgaat, zonder zelf extra info te voorzien, zegt de vraag dat een man in het bos minstens zo gevaarlijk is als een beer. Anders was de keuze geen dilemma. Het gaat dus niet over ‘Is de man gevaarlijk?’ maar ‘Hoe gevaarlijk is hij?’ Daarom de vraag of hij gewapend is, dat maakt het verdedigen anders. Waarop we tegen een tweede hindernis botsen.

Beren zijn koeke-vicious. Ik snap dat het soms lijkt dat ze schattig zijn met hun donsvachtje en hun zachte oortjes maar zoals alle wilde dieren zijn ze angstaanjagend. Tweehonderd kilo aan spieren, vet, vacht, klauwen en tanden, en een goeie dosis kinderbescherming als ze geworpen hebben, beren zijn een natuurkracht zoals weinig landdieren buiten Afrika dat zijn. Niemand bevecht een beer, en wint, en leeft, zonder wapens of 19-eeuws harnas bestaande uit pieken, of echt de meest waanzinnige zak testikels op aarde. We gaan de startvraag al eens een eerste keer herstellen.

Zou je liever vast zitten in een woud met een man of een beer? De man is ongewapend.

Raar om dat erbij te zetten, want uiteraard is de beer ongewapend. Dit verandert de kansen van de beer niet. Van de beer kan je enkel verliezen, op een afschuwelijke manier: levend verslonden worden. En hier vind je het zogenoemde vlees van de vraag: als een beer je kan toetakelen op zo’n manier, wat maakt dat een significant genoeg onderdeel van de vrouwen die de vraag gesteld worden toch kiezen voor de beer?

Zodus wordt de volgende vraag: ‘Hoe erg kan een man je toetakelen?’ en daaronder, stiekem verstopt: ‘Is dit erger dan levend verslonden worden?’ We zijn nu heel dicht bij de centrale stelling van het vraagstuk, waarom het zoveel kwaad bloed opzet. We gaan eerst nog een stapje terugnemen, een klein stapje, omdat het belangrijk is om hier, voor we de laatste stap zetten, een harde lijn te trekken in het zand want het tij is te snel aan het opkomen.

We zijn nu net uit beginnen gaan van kwade intentie. Hiermee bedoel ik dat de man in het vraagstuk altijd zal aanvallen, altijd slecht zal doen. Dit is belangrijk om te zien gebeuren, omdat het een extra kogel geeft in het verdedigingsgeschut van de mannen die aan de andere kant van de discussie staan. Hier komen we op terug.

Het is onmogelijk om de gruwel van levend verslonden gelijk te stellen aan een man met kwade intenties. Toch is dit wat de vraag eist dat je doet. Ziehier, de stelling die eigenlijk de vraag is waarmee we begonnen zijn:

Bedenk het ergste dat een man je kan aandoen. Verkrachting. Moord. Twintig jaar opgesloten worden in een kelder. Is dat ding dat je hebt bedacht erger dan levend verslonden worden?

Nu hebben we het nog niet gehad over de vrouwen die aan zelfverdediging doen, en hun kansen nemen met de man omdat ze er terecht van uitgaan dat ze kunnen winnen. Of mannen die het ergste dat jij kan bedenken niet zouden doen. Of hoe de vraagstelling gemaakt is om een reactie uit te lokken. In dit geval kan de vrager van twee walletjes eten. Ze zijn in staat om een gemene discussie op gang te trekken, één waar wat je ook kiest en met welke reden er altijd een manier is om toch te manoeuvreren in een positie van fictieve maar zeer discussieerbare superioriteit.

Eens kijken waar te beginnen.

Randgevallen

    Zoals ik net zei heeft ons pad naar de vraag waar eigenlijk alles om draait ons niet langs de mogelijke andere personen geleid die geheel terecht hun eigen opwerpingen maken in dit verhaal. Hier komen zij aan het woord, hun stem wordt zometeen gebruikt om aan te duiden waarom ze zichzelf uit de weg gaan met de stelling.

    Het eerste voorbeeld dat ik aanhaalde waren vrouwen die in staat zijn om zichzelf te verdedigen tegen een mannelijke aanvaller in het woud. Deze zeggen dat het ergste wat een man hen kan aandoen, niet zal gebeuren omdat ze hem tegenhouden. In het gedachte-experiment is dit volledig fair. In de realiteit, waar de vraag leeft, is dit een ontwijking, een afbuiging. De vraag wordt niet behandeld. Dit opent wegen voor je dialoogpartner om dingen te zeggen als: ‘Stel dat je een been had gebroken’ en andere nonsens die ook afbuigt van de originele vraag. Alleen heeft onze sterke vrouw dit eerst zelf gedaan en is ze al verloren in de realiteit van de vraag. ‘Hoezo heb ik mijn been gebroken?’ Plots ben je niet meer aan het argumenteren op de originele vraag, maar op de semantiek ervan. Je verliest hier, ook al zou je winnen van de man. Neem hier ook bij dat er voldoende kwibussen online zijn die zullen zeggen dat een vrouw nooit van een man kan winnen, dezelfde groep mensen die denken dat ze van een gorilla in het wild zouden winnen. In één woord: Gekken. En als je lang genoeg discussieert met een gek, lijkt het voor anderen of je beiden gek bent.

    Een tweede voorbeeld waarbij de vraag ontweken kan worden is door te zeggen: ‘De beer zou mij helemaal niet aanvallen? Enkel ijsberen zijn mensenjagers, en zelfs dan oppurtunisten. Een mens is teveel moeite voor zo’n dier.’ Opnieuw, dit is een volledig valide mogelijkheid in de fictie van het verhaal. Maar evengoed wordt dit simpel weerlegt met ‘De beer heeft kindjes bij. Je wordt opgegeten. Je had de man maar moeten kiezen.’ Het gaat hier vooral op neerkomen dat je niet kan ontkomen aan de essentie van de vraag, omdat je in een praatje zit met iemand die de kwade intentie van de vraag volledig heeft opgenomen. De enige manier om te winnen, is niet te spelen.

    Een derde voorbeeld: Niet alle mannen zouden aanvallen in het woud.

    Niet alle mannen zouden aanvallen in het woud, en hoe je allies wegduwt

    Dit is bijna zo vanzelfsprekend dat het niet gezegd moet worden maar niet alle mannen zouden je aanvallen als je ze tegenkomt in het bos. Dwaas om het op te schrijven maar dwazer om het niet te doen want weet je wie dit het hardste gaat zeggen? Mannen die dus niet het ergste in je hoofd zouden doen. The good guys. Dit verdient zijn eigen onderdeel omdat dit meer is dan een manier van de vraag te ontwijken.

    Tot nu toe hebben we ons voorgesteld dat de vraag gericht was aan vrouwen, ik heb zelfs gezegd dat de vraag uitsluitend aan vrouwen is gericht. Dat neemt niet weg dat mannen het ook zouden lezen en gevoelens voelen bij de veelvoudige reacties van vrouwen die voor de beer kiezen. De reactie van een man kan bijvoorbeeld zijn: ‘Ik zou nooit een vrouw iets aandoen, waarom moet ze ook schrik hebben van mij in het bos.’ Wel, zoals hierboven aangetoond, de vrouw heeft geen schrik van jou als standaard man, er is een dilemma en dat eist dat je kwade intenties hebt. De vrouw in dit verhaal heeft schrik van de kwade intentie man. Dus of jij wel of niet een vrouw iets zou aandoen is praktisch gezien irrelevant.

    Dit schuurt. Het reduceert de man tot iets wat hij niet is, een wezen dat in dit verhaal slecht is, door en door slecht. Als je tegen iemand die goed probeert te doen zegt dat ondanks dat hij zijn best doet, hij toch gezien wordt als een beest, dan zal dat kwaad bloed opzetten. De nuance die hier verloren gaat, kan niet besproken worden omdat er een hele babbel aan vooraf moet gaan waarbij de man in kwestie moet toegeven dat er inderdaad beesten zijn, dat vrouwen bang mogen zijn van mannen, dat al het bovenstaande over de beer ook een ding is en dan uiteindelijk moet er gehoopt worden dat er genoeg mentale zin is in het gesprek om toe te geven dat inderdaad, de man die al vier uur op twitter aan het reageren is in een gesprek misschien niet slecht is.

    Je bent een beest, je kan proberen dat niet te zijn maar je zal het altijd zijn, ik heb bang van jou. Ik ken je niet. En mocht ik je kennen weet ik niet of het voldoende zou zijn.

    Dit is één van de voornaamste redenen trouwens voor de viraliteit van de vraag. De meeste mannen zouden hier niet zo hard in opgaan, als die mannen niet in het goeie kamp zouden vallen. Ze hebben iets te verliezen met de vraag te laten passeren. Je hebt vrouwen die de vraag beantwoorden en mannen die erop in blijven gaan omdat ze voelen dat ze tekort worden gedaan en niet kunnen uitleggen waarom. De discussie gaat niet over hen.

    Ik weet dat de volgende opvatting een absoluut mijnenveld is. Toch vind ik het nuttig om het toe te voegen, om te tonen dat de vraagstelling hier tegenwerkt wat er eigenlijk mogelijk had geweest.

    Wat van het bovenstaande een triest neveneffect is, is het wegduwen van mannen die wel goed waren. De gedachte: ‘Als ik dan toch slecht ben, zal ik ook maar slecht doen.’ Dit hoeft zich niet te uiten in moord of iets anders drastisch, het is voldoende om bijvoorbeeld een gelijke verloning voor vrouwen te verwezelijken niet te steunen. Fair, een deel ervan helpt al niet, of werkt actief tegen, maar het helpt de zaak niet om te zeggen tegen degene die helpen of neutraal staan dat ze ook tot de slechte groep behoren.

    Dit argument kan doorgevoerd worden om te zeggen dat vrouwen hun mond maar moeten houden, want ‘Het helpt niet om mannen zich slecht te doen voelen.’ wat absoluut niet de bedoeling is om hier te beargumenteren. Het is broodnodig om duidelijk te maken dat alle mannen deel uitmaken van het probleem. Wat hier mist, wat hier misschien beter had gekunnen, is dat er vooral discussie uit voortvloeit, en weinig bewustwording.

    Een vrouw alleen is bang van elke man

    Eén van de centrale opzetstukken in het vraagstuk is het gegeven dat je alleen bent in een bos. Neem dit weg en het dilemma breekt. Niet alleen omdat de beer niet in een stad zou voorkomen, of je je beter kan verdedigen als je iemand bij je hebt. De afstand van de samenleving is zo essentieel omdat mensen eng zijn. Mannen zijn eng.

    Het is de angst van een man als je zelf alleen bent. Dat je niet weet wat er in het hoofd van de man kan omgaan. Het is deze angst die ervoor zorgt dat vrouwen de straat oversteken als achter ze een man wandelt. Het is de angst die je aanmaakt bij de gedachte dat de beer een monster is, en dus de man ook: het ergste is dat je je kan voorstellen. Het is de vraag of een man die nooit een vrouw iets zou aandoen dit nooit doet omdat hij gevat zou worden, of omdat hij een goed persoon is. Een vraag die onbeantwoordbaar is in de seconde dat je moet antwoorden in je keuze tussen een beer en een man.

    Dit mes snijdt twee kanten op. Je kan niet weten wat er omgaat in een mannenbrein omdat er een fictieve splitsing is gemaakt tussen mannen en vrouwen. Het is waarom een man niet alleen wordt achtergelaten met een kind, waarom je zoveel opluchting voelt als je in een film een vrouw een straat ziet uitwandelen en ze een vriendin herkent. Ellen en ik keken deze week naar het theaterstuk Vake Poes en op het einde zaten alleen nog het hoofdpersonage van 80 jaar oud en zijn kleindochter in de kamer. Honderd mensen hielden minutenlang hun adem in, bang voor wat de grootvader kon doen. Een vrouw alleen maakt ons bang omdat we weten wat er kan gebeuren.

    Daarnaast ben ik ook 100% zeker dat de duurtijd van de vraag te maken heeft met de mannen die het leuk vinden om vrouwen op deze manier uit te dagen, om ze lastig te vallen, niet voor eens met dickpics maar met oneerlijke vragen vol kwade trouw argumentatie.

    De beer is overbodig

    Het is een gekke stelling zo laat in dit essay, maar ik meen het. Je moet de beer hebben om de vraag in eerste versnelling te trappen. Zonder beer, geen angst voor de man. Of zo lijkt het alleen maar, want de vraag dwaalt meteen af van de beer. De beer gebruik je als voertuig om de man af te schilderen en dus, eens je dat doet, heb je de beer niet nodig. Dit verklaart waarom in de laatste iteratie van de vraag de beer geen taak heeft buiten levend verslinden. Hier kan je de beer al vervangen door elk ander onberekenbaar wezen. Toch is het wezen nog niet overbodig.

    Laat ons het scenario van de vraagstelling voorstellen. Cafeetje in Antwerpen, een man, Bert en een vrouw, Tessa, vrienden onder elkaar, er staan vier lege biertjes op tafel. Bert vraagt wie ze liever tegenkomt, een beer of een man. Tessa overdenkt de assumpties, de kwade trouw van de vraag, en ziet wat de implicaties zijn. Na een paar seconden zegt ze de beer. Bert vraagt waarom de beer. Tessa zal nu over de man beginnen praten omdat ze de intentie van de vraag begrijpt, en dus weet zij al het logische einde van de beer in dit verhaal.

    Eens Bert gevraagd had waarom ze nu precies de beer zou kiezen, werd de beer overbodig in het verhaal. Bert wil weten waarom Tessa liever levend wordt verslonden dan een man ontmoet in het woud. Tessa zal proberen uit te leggen hoe ze op straat wordt bekeken door mannen, op welke pre-puberale leeftijd men haar begon na te fluiten tijdens het fietsen, wat het betekent om een kot in Antwerpen te hebben waar je enige verdediging tussen andere studenten die je wel kent, maar niet beschouwt als vrienden, een deur is met een enkel slot. De hypothetische situatie in het bos is niet langer nodig, enkel de discussie waarom mannen de wereld onveilig maken voor vrouwen. In zijn eigen verhaal wordt de beer buitenspel gezet omdat je weet waar die heen zou gaan. De vergelijking van monsters is gestart. Nu heb je de beer niet nodig, en kan de vraag enkel over gevaarlijke mannen en vrouwen die zich onveilig voelen gaan.

    Besluit

    Wat toont deze discussie nu eigenlijk aan? Waarom is het viraal gegaan? En waarom is het zo moeilijk om een consensus te bereiken?

    Zoals je misschien al door hebt, kan er wel wat gezegd worden over het hele debat, er zijn voldoende invalshoeken voor iedereen die eraan mee wil doen. De vraag is zo simpel dat ze uitnodigt tot deelname, al is die deelname maar een vernauwing van de specificaties van de vraag: ‘Is de man gewapend?, Zou hij me aanvallen?, enz…’ Wat weer leidt tot vervolgvragen en antwoorden en de discussie voedt. Trouwens, eens je gereageerd hebt, moet je wel terug reageren niet? Je hebt al eens gesproken, de drempel is kleiner. Als je eerste interactie met de vraag is om antwoorden te zoeken in de vraag die de vraag had moeten beantwoorden, dan is de vraag slecht. Een goede memo om mee te nemen: Je eerste instinct zou niet extra vragen stellen moeten zijn, het is antwoorden. Maar het is uiteindelijk het internet, de vraag zou niet viraal kunnen gaan als je niet mensen aantrekt met een simpel verteerbaar maar dubbelzinnige stelling.

    Dat laat enkel nog de eerste vraag over, wat toont de discussie aan? Het lijkt dat er twee werelden zijn, de relatief veilige wereld waarin mannen leven en waar beren bevechten een leuk tijdverdrijf is. Als je de vraag zou omdraaien, en aan een man vraagt of hij liever een vrouw of een beer tegenkomt in het bos, dat werkt niet. Er is geen discussie, er is geen opening voor gesprek, er gaat hoogstens een wenkbrauw omhoog omdat de vraag zo raar is. Uiteraard zou de man de vrouw kiezen. Dat is toch het veiligste.

    Wereld twee is de wereld waarin vrouwen leven.

    Plaats een reactie