Tempo

Weinig in dit leven is de moeite om uit bed te komen zo waard als de ritmische, haast hypnotische beweging van een kat’s ronkende ademhaling. Wat is dat met de mens en regelmatig tempo? Zij het de speakers die trillen aan exact 180 beats per minuut en de planken ondervoet die mee knallen, het knisperend zingen van een kampvuur waarin kurkdroog berkenhout kraakt en breekt of dat eeuwige, onstopbare, onnavolgbare deinen van de tijen aan de kust. Alles doet met zo’n geweld hun ding, behalve dat katje weer, daar straalt zo’n diepe berusting in het leven, neen, het bestaan van uit, dat je plotsklaps beseft dat als de Boeddhisten toch gelijk blijken te hebben, katten een get-out-of-jail-free kaart hebben voor dit Saṃsāra.

Plaats een reactie