Klokslag vijventwintig uur gooit de heks de glazen schedel stuk op de vloer en roept ze een woord dat de kamer meteen donkerder doet worden. Een koude wind waait door de afgesloten kelder en doet de kaarsen in het pentagram flakkeren. Twee tepels steken fris naar voren. Het brede houten bokaaltje uit de ikea met stollend kippenbloed weerspiegelt haar gretige blik. Kom op, kom op, mompelt ze. Een schicht in het bloed. Snel beweegt ze naar achter, net op tijd om de vlammen die opslaan te ontwijken. Een stem als honing gemengd met arseen galmt in haar longen. Eén enkel woord.
MENS
De heks twijfelt geen seconde: ‘Ja sorry, ik weer. Ik weet dat ik je stoor maar, ik bedoel, Karel, hé, die gast dat je mij stuurde is echt zo Mid. Ik bedoel: Sabrina Carpenter is niet meer hip oké. Ik zou willen dat je hem wat leuker maakt alsjeblieft? Kan dat.’
Het wezen dat tussen de vlammen vorm heeft, kijkt indringend in haar ogen. Dat gevoel krijgt de heks toch. Dan, alsof het zucht, flakkeren de vlammen uit en blijft een leeg schaaltje over, zelfs geen asresten die het bloed achterlaat.
Nice, dank je, roept de heks na.
Plaats een reactie