Rudy Van Dijck at heel zijn leven zoals een goeie Vlaming dat hoort te doen: te veel, te vettig, te veel vlees; en groeide zo van, of misschien juister, zette hij uit van de lelijkste man van Erpe-Mere tot de dikste en lelijkste man van Erpe-Mere.
Toen hij eindelijk in de stinkende, met huidkorsten bedekte badkuip zijn polsen tegoei doorsneed, verticaal volgend en niet horizontaal kruisend, sijpelde het cholesterol rijke bloed over de worstige armen, langs de vorige grijzige littekens en zag hij hoe hij zelfs faalde in de enige zelfmoordpoging die hij juist had gedaan.
Plaats een reactie