Pieter zucht languit als hij in de shuttle stapt. ‘Amai, ik ga zo blij zijn als ik weer thuis ben. Al dat reizen doet goed, beentjes strekken, de horizon verleggen, en dan ook zo goedkoop! Ja dat is het leven wel. Je kan zeggen wat je wil over Markie Marc, over Swapped had hij gelijk. Wel de kleine klusjes opknappen maar met airbnb is het niet anders. Nu is het gewoon eens een tourtje lopen, kan ik heus wel, hoewel ik moet toegeven, die dame met de rokerslongen viel tegen. Zo moeten hoesten. Ongezien hoe sommige mensen zich laten gaan. Alleen ja, mijn eigen plekje toch gemist. Je weet niet wat je hebt tot het weg is. Hahaha.’ De shuttledeur klikt dicht, een robotstem zegt dat hij over tien minuten aan de andere kant van de wereld is. Thuis.
Hij stapt uit. De blauwe leegte gaapt hem aan, kriebels kruipen zijn rug op. Een tintje groen zou het hier niet slecht doen. De enige deur in de buurt, een bel ernaast. Pieter trekt aan de klink. ‘De deur op slot? Ik zal wat vroeg zijn. Zonde dat er hier geen klok hangt, maar het is dan ook een nieuwe technologie.’ Hij duwt op de bel. Na een kleine eeuwigheid klinkt er dan toch wat gestommel achter de melkwitte doorzichtige deur. Dan wordt die open getrokken en Pieter schrikt. Het is alsof hij in het spiegelpaleis naar de brede versie van zichzelf kijkt.
‘Wat moet dat? Zo mijn nachtrust verstoren. Doe jij dat bij u thuis ook ofzo? Nou!’
‘Excuseer.’ zegt Pieter instinctief, alsof hij niet het volste recht heeft hier te staan. Dan stappen zijn gedachten razendsnel van de aansnellende trein. Deze man ging huiszitten voor hem. ‘Wat doe jij hier nog? Dit is wel van mij hier.’ Hij gebaart rondom hen. ‘U mocht hier verblijven tot de dag dat ik terugkwam, en dan moest u eruit. En dat is twee dagen geleden!’
De man kijkt hem dwaas aan en Pieter vraagt voor een afschuwelijke seconde zich af of hij zo kijkt als iemand hém iets vraagt.
‘Was dat vandaag dan?’ zegt de man traag. ‘Dat zal wel… Ja sorry.’ Hij lacht ongemakkelijk, een sloom geluid. ‘Kijk ik ben hier een beetje aan gewend geraakt, en euh, nu wil ik er niet uit. Dit zit allemaal heel aangenaam en het is al lang geleden dat ik nog een trap opkon zonder halverwege op adem te moeten komen?’
Pieter is met stomheid geslagen. Dan stamelt hij: ‘Dit is mijn lichaam.’
‘Ja, ja, dat kan wel kloppen. Maar tegelijk niet echt. Ik euh…’ De man wrommelt in de kamerjas. Dan haalt hij er een sleutel uit, dezelfde die Pieter drie weken geleden in de handen van een heel ander uitziend persoon had gegeven. ‘Kijk, die is van mij nu.’ zegt de man, ‘Als je wilt, geef ik je de sleutel van mijn oude lichaam?’ En zonder op een antwoord te wachten, haalt de spiegelpaleis versie van Pieter een andere sleutel tevoorschijn, steekt die in zijn hand met verbazende kracht en verdwijnt achter Pieters melkwitte deur. Hij kan nog net met zijn ogen knipperen wanneer hij zich in de shuttle getrokken voelt worden. Hij heeft nog net tijd om een braakneiging te voelen opkomen wanneer zijn hoofd tegen de shuttledeur botst en hij het bewustzijn verliest.
Hij wordt wakker en kijkt met ogen die niet van hem zijn naar een schimmelig plafond, een gevoel dat hij kent en had gehoopt er nu van af te zijn. Zijn borst voelt alsof er een grote kater opligt. Versuft probeert hij de wekkerradio af te duwen met een kwabbige vetarm die van hem blijkt te zijn. Het lichaam van die body squatter… Pieter voelt nattigheid tussen zijn benen, en als hij merkt wat het is, begint hij te schreeuwen. Een enorme waterige berg stoelgang loopt van het bed af, doordrenkt zijn al even vette benen en dan valt hij weer flauw. De man moet al héél lang niet meer in dit lichaam zijn geweest.
Plaats een reactie