Levende geschiedenis

Weet je wat mij helemaal maf doet gaan? Waar ik mij oprecht in opwind, met een rood hoofd, stoom uit de oren en wit schuim in mijn mondhoeken. Dingen die niet thuishoren in een bepaald tijdperk maar daar wel vandaan komen. 

Tennis. 

Ik heb het over tennis. 

Tennis is een sport die maximaal 150 jaar oud mag zijn, een sport die je je voorstelt op industriële grasvelden, op nieuwe asfalt, Henry Ford zou dat hebben kunnen spelen toen de regels nog fris waren, Mark Twain misschien ook nog net, Sherlock Holmes is het type karakter dat Watson zou afbaggeren voor het spelen van ‘de trends der jeugd’. Toen de eerste nieuwe Olympische Spelen in 1900 van gang gingen, zei men: ‘Ah ja, laat ons ook op dat balletje slaan. Zet het maar apart, niet bij het discuswerpen en het worstelen, echte sporten weet je wel.’ 

Maar dan lees je niet alleen dat Shakespeare wist wat tennis was, dat het in Henry V een deel van de plot uitmaakt, dat die het hoogstwaarschijnlijk aan het hof ergens zien spelen heeft, nee, je moet op Wikipedia erachter komen dat de eerste referentie in een afbeelding die we hebben van tennis, dat die van voor de Guldensporenslag is. Ouder dan heel de Westerse schilderkunst? Dus ouder dan olieverf?! Hoe? Waarom is dat me niet gezegd tijdens lessen geschiedenis, in plaats van hoe vaak de Pest langs is geweest in 1400 (dus na de uitvinding van tennis). Hoe is deze anekdote niet standaard meegegeven aan de jeugd. Een weggooilijn die je naam als leuke leerkracht automatisch graveert in het geheugen van elke ietwat geschiedenis bewuste student. 

Nee, doet hem niet, neem het maar lekker terug. De Vikings waren net geland in Newfoundland. En ondertussen, doodleuk, royalty in hun hoven aan het tennissen? Gast komaan, vertel ineens dat die kwibussen UFO’s zagen. Compleet van de pot gerukt. 

Doe aan echte sporten, doe aan schermen (1300) en doe dat ineens goed. Duelleer met een pistool of ga lekker speerwerpen, da’s nog eens een oude sport. Dat zie je ook in de Oudheid gebeuren. Logisch toch? Wie kan er het verste smijten met dit stuk hout dat iedereen naar die rare Perzen daarzo gooit. Maar tennis? Dat vraagt een luxe die ik niet kan plaatsen in 1300. Graslanden. Netten. Een raket. Ik durf badminton niet te googelen omdat ik bang ben 1400 te gaan zien. Badminton, een sport die zonder plastic niet van de grond zou geraken, kan echt niet ouder zijn dan de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in ’t stad. Nee, dan spring ik er ineens af. 

Tennis is al zo’n omhooggevallen sport die eist dat je rijk bent. Hoe moet je dat trouwen met Engelse Lords die op dat moment nog volop horigen uitbuiten. Dertienhonderd, da’s het witte schip dat zinkt en terwijl dat ganse eiland in burgeroorlog verzeilt voor dertig jaar, zou de tijdelijke koning of koningin om te ontspannen tennissen? 

Moeilijk. Moeilijk. 

Van Eyck wist waarschijnlijk wat tennis was. En die man is 500 jaar dood. 

Geschiedenis is te levend voor woorden.  

Plaats een reactie