Slegte

Overlaatst sta ik in de Slegte, wiens naam ik eindelijk vatte: de afgedankte, de ‘k wil ze niet meer, de slechte. Puns. Ik moest er zijn (de Slegte) om wat af te geven (sleutels) en vond de ontvanger niet (ai), dus zocht ik naar iets poëzieig in de daarvoor bestemde hoek, hopend op een bundel van twee driehonderd pagina’s 20ste eeuws Nederlandse en Belgische belangrijken. Tot mijn spijt ook daar geen successen, veel Hugo Claus, die man zal nooit uit print gaan maar zelfs dan blijf je hem terugvinden in de tweedehandszaken, stap elke kringwinkel binnen. Vies ventje, bij het afwerken van het Verdriet van België komt de krant langs voor een fotomomentje en weet hij de deur naar de slaapkamer toch te openen, een naakte deerne, het deken teruggeslagen, een ondeugend lachend zestigjarig papaatje.


De Slegte! Ik vraag dan maar waar mijn sleutelrecipient uithangt aan een van de andere collega’s. Mijn contactpersoon zegt: zij moet niet werken op zaterdag. Dus ik: hoe, niet werken op zaterdag en blijkbaar deed ik raar, want enkele uren nadien krijg ik van de sleutelrecipient een berichtje dat mijn contactpersoon in de Slegte geklikt had. En dat ik raar genoeg ben om uit de lijst mogelijke mensen te vissen op basis van: Hij was wat raar.
Raar, maar ik mocht wel volgende keer om hulp vragen voor mijn poëziecollectie te vergroten.

Je kan toch nogal geluk hebben in het leven.

Plaats een reactie