De nood is het hoogst

De nood is het hoogst:

Traag moet ik gaan, héél traag. Elke onverwachte beweging maakt nu gevaarlijke luchtspiralen, en voor een slapende kan dat voldoende zijn om alarm te slaan. Hoe het brein dat doet, onmogelijk te zeggen, maar dat het zo is: aan den lijve ondervonden. Hoe vaak niet bij het ouderlijk bed gestaan met te vlugge bewegingen, gesnapt door een snelle, pijnlijke vijs rond mijn broze pols, het mes op de vloer afstuiterend.
Ik schud de herinnering van me af. Voorzichtig nu. Ik hou mijn hand enkele centimeters boven het ontblote, behaarde been, de dons teruggeslagen in de hitte. Mijn andere hand hou ik boven de open mond, stinkend naar de avond. Ik eis aanraking, ik eis liefde, ik ben een ex en ik ben meer dan een gekke stalker (ja, je berichtjes zijn geen geheim voor mij!). Je mag op anderen kruipen, zolang je ook maar op mij kruipt. De minste aanraking nu, de minste wrijving waar mijn poesje het natst is, plekjes die jij kuste uit lust en dan liefde en dan angstig ademhappend. Nu nog eens. Nu nog eens. Ik plaats het koude, natte lemmet tegen de warme hals.
De kat staart me al dood aan.

Plaats een reactie