Ze verslindt traag.
Ze neemt haar tijd. Het stapeltje dat ze bepotelt, dat uitgebeend in haar handen kleiner wordt, kermt en weert bij de volgende, afgemeten beweging. Het water dat naar chloor stinkt lapt koeltjes tegen de blauwgrijze tegels, kinderen spelen en kijken niet naar de vrouw onder de parasolschaduw. Zij is bezig, oninteressant in haar verholen methodiek.
Daar weer, telkens op en af, ze neemt de volgende hap en de volgende. In haar kleine handen sterven en heropleven de pagina’s van de zomerliteratuur.
Links van haar rijst een denkbeeldige stapel al afgekloven boekjes, de ruggen doormidden gebroken, de oortjes gekneusd en dubbelgevouwen.
Rechts van haar slinkt wat resteert deze vakantie. Simpele boeken, chat gpt kaften, titels als “Woord” of “Een Zelfstandig Naamwoord dat je nooit zal Werkwoorden”. Zomerlit als chickflick. Haar handen bloederig aan true crime en dagjesthrillers, de standaard boekhandel op een vlieghaven leeggeroofd.
Ze verslindt.
Plaats een reactie