Flatgebouwen

De anonimiteit van een flatgebouw uit zich enkel zichtbaar in de andere zintuigen. Elkaar zien is namelijk uit den boze, er wordt ruimte gecreëerd om net gemist te worden, aan te komen wanneer er gaat vertrekken of net twee minuten wachten bij de bovenste deur die open- en dichtgaat, de autolichten in de parking niet aanknippen tot de andere auto verdwijnt. Stilte wordt verheven tot sluipen, zien met de ogen gesloten.

Je meet af aan andere dingen dat je buren hebt. Je luistert ze af, schuifelende voeten over linoleum dat je onbekend is, je gaat in hetzelfde gebouw niet op bezoek. Of je hoort hard handgemeen dat je bezorgd doet fronsen. Vallend bestek rinkelt klinkklaar door de trappenhal. Een gesproken woord op de stoep terwijl de sleutels klingelen tegen de handpalm.

Maar ook andere dingen merk je zonder ogen: de geur van een ononderhouden kattenbak wanneer de deur wordt gepasseerd. De ammonium die steekt in de keel, niet te harden en daarbinnen? wonen mensen! De nachtelijke escapades gekenmerkt door kousenvoeten, een lichte slaper zou ze zelfs niet merken.

Gelukkig houden ze hun handen nog home, dat ontbreekt er nog aan, dat laatste zintuig ontnomen door grijpgrage vingers wanneer ik net zeker was dat de sleutels in de voordeur niet gedraaid konden worden.

Plaats een reactie