Hybrides – Hoofdstuk 4

4.

‘Er is genoeg eten voor twee weken, de kattenbak moet je elke twee dagen doen, water geven, niet buiten laten zoals afgesproken en als er iets is, bel mij!’ Chloë overliep het lijstje voor de derde keer die ochtend, haar zenuwen voor de vlucht naar Namibië overgeslagen op de dikke kat die lui in de zetel lag te dromen.

Ed knikte, blij dat ze even weg zou zijn. Hij had ook twee weken verlof genomen, maar zou hier blijven. Hij keek uit naar de flat omvormen tot een echte mancave. Zijn maten uitnodigen, lekker lang gamen, pizza eten, bier drinken, geen afwas, niet kuisen. Hij wist dat dat allemaal betekende dat hij de eerste normale zaterdag hard werken zou zijn maar het was het wel waard. Tijdelijk de gloriedagen van kind zijn herleven.

‘Het komt wel goed met ons.’ zei hij berustend.

‘Beloof je dat je hem binnenhoudt!’

‘Scoutswoordje.’ zei Ed met twee vingers opgestoken. Ze was nog altijd niet over de paar diertjes die men gevonden had in België en Nederland. Iets met genensplitsing zo bleek maar meer liet niemand los. De theorieën klonken even geschift als aannemelijk.

‘Dank je,’ zei Chloë hem vastgrijpend in een berenknuffel. ‘Ik ga je wel missen hoor. Zonde dat je niet mee wou naar Namibië. Het gaat de moeite zijn.’

‘Zand hebben we aan de kust ook. Daarbij, wie zou er zo goed op Mayo kunnen passen als ik.’

Hij zwaaide haar uit aan het raam toen ze instapte bij de vriendin die met haar naar Zaventem reed. Toen had hij het kot voor hem alleen. ‘En dan dansen de muizen op tafel.’ zei hij gniffelend.

Plaats een reactie