5.
Mayo glipte weg op de vijfde dag.
Ed en een maat van een maat wiens naam hij niet kende, stonden samen te roken op het terras. De deur stond op een kier, en ze waren allebei net weg aan het kijken toen Ed de dikke staart om de hoek zag gaan.
‘Fuck!’ onderbrak hij de maat die een saai gesprek had opgestoken over een nieuw kaartspel dat die online had gesteund.
‘Wat?’ zei de man stoned.
‘Ik moest die kat binnenhouden.’ zei Ed over de railing kijkend naar de nu over daken kruipende coone. Ze hadden met een beetje geforceerde isolatie succesvol de kat binnen weten te houden. Om ze nu weg te zien sluipen, stak Ed diep. Hij had het beloofd aan Chloë.
‘Ik ga erachteraan.’ zei hij. Hij trok de straat op en zocht een flink deel van de nacht de buurt af, hopend op een teken, de beelden van de oorwormkat en andere hybrides door zijn geest flitsend, afgewisseld met simpelweg een aanrijding of iemand die de kat ontvoerde. Hij kwam terug toe op een bijna leeg huis om vier uur ’s morgens. Er lag iemand in de zetel te snurken en iemand anders in Chloë’s bed. Ook dat was eigenlijk off-limits maar die regel was op dag één gebroken.
Uitgeteld ging hij in bed liggen. Zijn laatste gedachte voor hij in slaap viel, was dat hij moest sturen naar Chloë dat alles ok was.
Hij had de droom weer waar hij in bed lag en het geluid rond hem trok. Oncomfortabel woelend zocht hij verwoed naar het ding dat hem zijn nachtrust ontnam, het onophoudelijk tikken van nagels op parket. Een knop draaide in zijn hoofd en hij besefte dat nagels gemaakt waren van hetzelfde materiaal als insectenpoten: keratine. Hij voelde zich klein worden. Een of ander groot insect liep toertjes rond zijn bed. Nooit eerder had hij zo gewenst zich te kunnen draaien in het bed en met een enorme wilskracht begon hij dit ook te doen. Hij draaide en draaide en toen zijn hoofd over de rand keek, voelde hij in zijn buik een ijzeren tang grijpen, een bankschroef die dichtdraaide. Gillend en zich in zijn bed plassend werd hij wakker.
En geloofde dat hij nog droomde.
De lamp aan zijn nachtkastje was nog aan, vergeten toen hij ging slapen. Ed zag duidelijk hoe Mayo op zijn buik zat, die hij in zijn slaap bijna 90 graden gedraaid had. De kat hing dus eigenlijk. Alleen was het niet langer een kat.
Een rij poten aan elke kant krulden hoog op aan de voorpoten van de kat, harige, dikke breinaalden die zwart en wit gevlekt waren. Ze ontsproten als antennes in de oksels, gingen naar boven en braken dan 180 graden naar beneden. Erachter stak een opgezwollen onthaarde glanzende buik die traag uitdeinde en samentrok. Vooraan zag Ed wat hem vasthad, twee dikke bijtklauwen als van een mier. Erachter keken de twee ogen van de kat hem bang aan, omgeven door vier extra paren zwarte dode varkensogen. De coone was altijd een grote kat geweest, gemakkelijk een halve meter halend als ze strekte. Nu zat er een vuil wezen aan hem geklemd van die grootte.
Dit alles zag Ed in een oogopslag en als verlamd werd zijn aandacht getrokken door de mooie staart van de kat die zwiepend bovenop de reflecterende buik krulletjes maakte.
Hij gilde weer en probeerde het ding van zich af te duwen, zijn handen het carapas van de misvormde kat rakend. De twee voorste poten van het spinnenlijf vlogen de hoogte in, aggressie vertonend zoals een vogelspin. Een van zijn handen raakte een poot, die droog brak en groen pus eruit schoot, op regelmaat van het nu sneller bewegende achterlijf. De kat schreeuwde rauw. Dan voelde Ed hoe een grote stang zijn buik inboorde dat nog het meeste leek op bloed laten trekken. Hij zag hoe de twee klauwen die uit de kleine kattenkop kwamen, nu in zijn buik staken. Een koude glibberige vloeistof stroomde over zijn huid. Hij probeerde nogeens het ding van hem af te duwen met een doodsangst die de twee klauwen lostrok en van zich af zwierde. Het wezen landde op de buik en rolde even hulpeloos voor het omkrabbelde op de poten.
Ed probeerde de gele vloeistof die uit zijn buik kwam weg te duwen en voelde zijn maag omdraaien.
‘Wat is er hier-‘ begon een van de mensen die in het huis hadden geslapen. Hij zag Ed op het bed liggen en dan kroop de grote kat zijn benen omhoog. De man probeerde de spin van zich af te duwen, achteruit stappend. Met gemak manouvreerde de spin voorbij de protesterende handen. Ed’s ogen werden groot van afschuw toen de klauwen in de man zijn gezicht landden en de man schreeuwde van ontzetting en pijn. Ze waren nu buiten Ed’s zicht en hij hoorde hoe de man op het bed van Chloë landde, nog steeds schreeuwend met het wezen op zijn gezicht.
Toen werd de pijn in Ed’s buik te veel en viel hij flauw.
Plaats een reactie