7.
‘Ik ga mijn schattig poesje zo lekker knuffelen seffes.’ zei Chloë toen haar vriendin de straat inreed van haar flat. ‘Twee weken is toch lang voor mijn schatje.’
‘Ik vind vooral gek dat je al een week niets hoort van je oppas.’
‘Pffff, die is waarschijnlijk dronken aan het uitslapen. Ik ga nog opkuis hebben, ik ben er zeker van. Die kent dweilen niet hoor.’
‘Ik weet niet hoe je het met hem uithoudt.’
Chloë haalde haar schouders op, stapte uit en pakte haar rugzak. ‘Goed thuis! Veilig rijden hé.’
‘Tuurlijk. Ga maar met je poesje knuffelen!’
Chloë klapte de deur dicht en keek naar het raam van het appartement. Eindelijk terug thuis. Hier in België was het toch frisjes nu de winter eraan kwam. Ze haastte zich naar de deur van de fietsenstalling en dan via de buitentrap naar boven. Voor haar appartement stond een bak bier en twee dozen oude pizza. Ze fronste maar bedacht gewoon Ed erover aan te spreken eens ze binnen was. Dan deed ze de deur open en stapte binnen.
Ze struikelde, viel voorover, haar zware rugzak landde naast haar en ze voelde hoe haar been was blijven hangen achter iets. Ze trok eraan, en voelde wat tegenbeweging om dan met een knappend gevoel haar been los te krijgen. Ze voelde hoe haar bruine haar aan de vloer kleefde. Verwoed begon ze te trekken en een deel van ervan bleef scheurend hangen aan de witte draden hangen die doorheen het hele appartement woelden. Dan pas rook ze de stank, die haar vol in het gezicht raakte en ze gaf over op haar handen die ze niet op tijd kon wegtrekken vanwege de witte kleverige draden op de plek waar ze die had gezet.
Ze keek nogeens rond en zag op de zetel een soort lege tas die rechtop stond. Een jeans stak om wat ze nu herkende als twee dunne beentjes. Een hawaiaans shirt was opengesperd en de ribben van de man staken naar buiten. Zijn gezicht leek een maand in de zon te hebben gelegen, de ogen lege kassen. Hij had nog het meeste weg van een gedroogde dadel. Ze draaide haar hoofd om niet naar het lijk te moeten kijken.
In de deuropening van haar kamer stond haar kat May. De coone kwam halverwege de hoogte van de deur. Een dik achterlijf waar de twee achterpootjes levenloos aan bungelden, pulseerde ritmisch. Wat ooit een kat was geweest, was nu overduidelijk een kruisspin met wat katachtige trekjes, de oogjes vooraan dichtgeknepen, de voorpootjes bengelend onder zeven uiteengezette dikke breinaaldpoten. Een poot aan de linkerkant was afgebroken aan de buiging op het hoogste punt.
Even staarden ze elkaar aan, een moment dat getrokken werd door de onmogelijkheid ervan. Chloë zag de dunne haartjes op de kop van de spin, de nageltjes van de kat aan de pootjes, het litteken op de rug waar ze als kitten iets had voorgehad. De witte plek haar die haar oog signeerde, bedekte nu ongeveer de helft van het spinnengezicht.
Dan liep de spin op Chloë af, die schreeuwde bij de plotse beweging en naar achter kroop, zich lostrekkend van de webben. Meteen botste ze tegen haar rugzak, die ze vastgreep en in één beweging voor haar zwiepte. Ze had het ding verwenst in de woestijn, zwaargeladen met tentstokken en zeil, liters water in ijzeren bussen, kleding voor overdag en ’s nachts, een gewicht dat ze rechtstaand amper opgetild kreeg.
Ze voelde de schok vibreren doorheen haar armen en schouders bij het contact met May. Chloë zag de spin van de vloer loskomen en volop tegen de muur vliegen, waar een groene vlek verscheen, en dan op haar zij vallen. Meteen krabbelde het recht en zakte door haar linkse poten die geknakt en gebroken onder haar lagen. Een van de klauwen vooraan was ook afgebroken en er drupte snel een mix van rood en groen bloed uit. De rechtse poten schraapten tevergeefs over de tegels en begonnen dan trager te bewegen. De kat in het wezen piepte ontzet van pijn, Chloë beschuldigend van de moord die ze beging. Chloë zelf keek met tranen in haar ogen naar de doodstrijd van haar kat en met doodsangst naar hoe de grote spin omrolde en de resterende poten opkrulde.
Na vijf minuten stil te zitten met de rugzak in de aanslag, durfde ze naar buiten kruipen, de dikke draden haar aftocht bevechtend met elke beweging. Hoe ze die rugzak zo snel los had weten trekken, ze zou het nooit weten. Haar gedachten bleven teruggaan naar het geluid van de poten op de tegels en de hongerige open ogen van haar kat.
Plaats een reactie