22 oktober 2024
Na de sessie met de droom mailde ik een aantal bevindingen naar Dominique waaronder uitleg voor wat Jamaica, hrt dorp, de cinema, en de film die speelde elk kon betekenen in context van zijn ziekte en in een niet fysiek ziek persoon. Ik had deze mail de avond van de sessie op de 12de opgemaakt met Juror en verwahtte een antwoord binnen enkele dagen van Dominique. Dit antwoord bleef uit, net als een antwoord op een volgende aansporingsmail voor reactie van elk puntje. Juror had aangeduid dat we met Dominique zijn voortschrijdende situatie best huiswerk meegaven per item. Toen er ook op deze mail geen antwoord kwam, heb ik een voormiddag geprobeerd in contact te komen met hem via andere middelen. Dit haalde ook niets uit, en ik heb mijn jas aangetrokken, en de tram genomen naar zijn kot.
Ik weet dat dit niet mijn plaats is als adviserend arts. Ik praatte mezelf het haast uit.mijn hoofd om af te stappen aan de Nationale bank. Maar een stemmetje zei me dit wel te doen. Een faux-pas of niet, ik wou Dominique helpen met zijn situatie. Oplossen kon ik misschien niet, de diagnose stellen ging niemand anders doen. Daar was ik vast van overtuigd.
Ik had geluk, net toen ik wilde bellen, opende een kotgenoot de deur en liet me binnen. In een andere situatie had ik hem waarschijnlijk op de vingers getikt bij dit gevaarlijke gedrag maar nu was ik maar al te blij meteen naar boven te kunnen. Eens aan de branddeur van het nieuwe studiocomplex kon ik enkel kloppen. Ik probeerde nogmaals te bellen, zonder succes. Ten einde raad, en met een zinkend gevoel van “Waar ben ik in godsnaam mee bezig?!” begaf ik me een verdiep hoger, en probeerde daar iemand te vinden die me kon vertellen over Dominique, of zelfs beter, hijzelf.
Ik vond hem niet, wel een jongedame die me geïnteresseerd aankeek toen ik de gemeenschappelijke keuken binnenstapte. Ze had Dominique niet recent gezien, zei ze op mijn vraag, maar dat was niet zo raar. Hij at namelijk altijd apart, en ze wist niet welke lessenrooster hij had, maar die liep niet samen met de hare. Ik zei dat ik me zorgen om hem maakte, en toen ze vroeg of ik zijn vader was, legde ik mijn relatie met Dominqiue uit. Ze keek verwonderd, en dan zei ze dat er een brandladder aan Dominique’s terras was die je kon bereiken via het terras bij de toiletten. Misschien dat ik vandaar iets kon forceren, stelde ze voor.
Ik moet toegeven dat ik me meer dan ooit een dief voelde op die ladder.
De dame had gelijk, de raam stond enkel tegen met een plantpot. Ik duwde die makkelijk opzij en bevond me nu in het studio appartement van Dominique. Mijn dokter patiënt relatie nu fataal overtredend, als dat nog niet het geval was.
In de leefruimte stonden de typische meubels van een studio, afgeleefde kringloop spullen, meenemertjes van thuis, wat ongewassen afwas in een gootsteen met vies water. Ik zag schimmel drijven in het water. Het stonk er. Ik had de geur al eens geroken maar kon mijn vinger er niet opleggen.
Sinds Dominique niet in de living lag, ben ik naar de deur achteraan gewandeld, de slaapkamer zo bleek mijn juiste gok, waar ik een bed aantrof met onder de lakens een menselijke vorm. Op het kopkussen lagen haren verward als een natte kroon gespreid. Dominique, vroeg ik aan de vorm en zette dan een stap naar voor in een plas water die over se vloer verspreid lag. De ruimte was gevuld met een dikke centimeter water die ik door mijn suede schoenen voelde dringen. Dominique, vroeg ik opnieuw, nu aan de dons op de schouder trekkend. Het voelde klam aan. Ik trok ze weg, de dons meenemend zodat ik de persoon eronder kon zien.
Ik herinner me dat ik diep inademde bij de aanblik van Dominique’s gezicht. Wat er op dat moment voor door ging. Hij lag op zijn zij, dus ik zag enkel de linkerkant van hem. De rimpeling was doorgetrokken op die dikke week van zijn nek tot het heel zijn hoofd bedekte. Iemand had precies op regelmatige intervallen met wasknijpers zijn huid afgezet zodat die opbolde. Heel zijn hoofd was bedekt, zijn haarlijn golfde onnatuurlijk, zijn lippen stonden gezwollen en ribbelig, de oorlijn was volledig gegroefd, zijn neus, zijn wangen, alles was gerimpeld.
Er zat ook water in de groeven dat hier en daar poelde in druppels en op andere plekken, zijn nek en kin vooral, het water afvoerde naar de lakens en dekbed. Ik overkwam mijn initiële afschrik, en probeerde te zien of de jongen nog leefde. Na enkele pogingen mormelde hij iets onverstaanbaar en draaide zijn gezicht zodat ik de voorkant kon zien. De rimpels van de oogleden waren dikker, rood en gezwollen en toen hij er een optilde, zag ik dat zelfs de oogbal zelf geribbeld was. Ik slikte en wuifde een hand voor zijn gezicht, niet zeker of hij iets kon zien of niet. Ik zette een stap terug en voelde het water sloshen aan mijn voeten. Het water dat uit Dominique vloeide maar hem schijnbaar niet uitdroogde. Toen hoorde ik bonzen op de deur en een aanmanende stem van een man die zich kenbaar als politie antwerpen maakte.
Ik heb de rest van die middag tussen hulpdiensten gestaan, zij het om dit verhaal uit te leggen en mijn reden tot inbreken aan twee agenten, als later in het AZ Monica Dominique te bezoeken toen die met een infuus aan de arm in bed lag. Ik ontmoette zijn ouders, twee vriendelijke mensen van mijn leeftijd die amper hun schok konden onderdrukken. Ik vroeg ze naar de Jamaica reis maar ze wisten er naar eigen zeggen niets van.
Ik bevond me in de rare positie dat ik niets had misgedaan, zelfs in feite iets goed had gedaan, en volledig ten einde raad was met mijn acties. Ik heb die avond nog lang in de kamer met Dominique gezeten terwijl die roerloos door de matras lag te druipen. Uiteindelijk ben ik vertrokken, me verontschuldigend bij hem, hoewel hij me waarschijnlijk niet kon horen. Zijn trommelvlies trilde niet meer door de rimpels die erover waren gekropen.
Ik had niet verwacht hem nogmaals te zien. Laat staan dat ik een reden zou vinden voor waarom deze ziekte Dominique trof.
Plaats een reactie