Ik werd geradbraakt — Ik was geradbraakt die ochtend, een ellendige pulpen pop. In mijn tijd heb ik menig nacht slaap gelaten, een bijwerking van op mijn niveau in de Belgische telecom te werken, dus ben ik wel een ochtendspiegel gewend. Toch verschoot ik van de aangedikte leeftijd die zich in het onsympathieke melklicht van de badkamer aan mij kleefde. Mijn witte haar leek op slag uitgedund, mijn ogen ingedijkt tussen de wallen en de wenkbrauwen, mijn normaal blauwe ogen bloeddoorlopen en mijn neus als een verstokt alkolieker. Niet moeders mooiste, zelfs als we eerlijk toegeven dat ik vrouwen eerder aantrek door geld dan door uiterlijk.
Gesterkt door verschillende tassen hete koffie kon ik de dag het hoofd bieden. Ik deed mijn best, en faalde zo wist mijn vriendin later toe te geven, de sfeer niet te hard te verzieken, niet te hard uit te kijken naar mijn bed thuis. Zoals alle dwangmatige ontkenners dacht ik gedurende de dag dat het aan de matras (te zacht), het kopkussen (te zacht), de lakens (van goedkoop, recycleerbaar materiaal) of de andere slapers (die ik zoals gezegd niet kon horen) moest hebben gelegen. Ik denk zelfs dat het me lukte, die eerste dag, mezelf te overtuigen dat ik het geluid had verbeeld. Alleen die eerste, prille dag.
Dat bleek die avond klaar als gezeefde boter. Nadat ik een hachelijke rit huiswaarts wonderbaarlijk tot een goed einde bracht, zei mijn vriendin met knappe moed dat zij de auto zou uitladen en ik in bed moest gaan liggen. Haar woorden: “Jij wandelende dode”. Deze woorden zijn minder en minder grappig beginnen klinken in de komende dagen en uren die ik sleet in bedden, zetels en de ene enkele kliniek zonder een enkel oog dicht te doen. Tot nu toe tenminste. Mij is beloofd dat ik in het AZ Monica een eigen kamer en anesthesist krijg. De beste.
Plaats een reactie