De volgende paar dagen zijn een serie wazige foto’s — een zeefdruk van verschillende afbeeldingen: ik in mijn werkstoel vastgekit op dezelfde mail; ik onderweg naar een open deur die toch gesloten blijkt en mijn hemd besmeur met koffie; ik met een koude koffie in de hand naast het koffieapparaat; ik in de spiegel aan het kijken naar de rode uitslag in mijn nek, op mijn buik en rug, van het constante woelen en krabben; ik thuis, onderzocht door onze huisarts wiens naam me ontglipt en tegen mijn vriendin zal zeggen wat ik, en zij ook, al weten: ‘Oliver moet slapen. Dat is de enige remedie hier.’
En bovenal, in de hoek van elk van deze negatieven, ik, in bed, de ogen gesloten, de handen gebald als een bang kind. Wakend. Nooit slapend.
Uiteindelijk, na een dag of vijf, mijn vriendin gaat dit exact weten, zijn we naar een slaapziekenhuis gegaan. Ik vertelde mijn verhaal, minus de rozenbottelstruik, en vroeg om niet in kunstmatige slaap te moeten. De assistent verzekerde me dat dit enkel een onderzoek was, en dat mij nu in slaap helpen averechts kon werken, op zowel mijn herstel als de resultaten van het onderzoek. Onnodig om te zeggen: Ik was gerustgesteld.
Met een hoofdkapje vol elektroden en een oncharmante matras onder me probeerde ik een uiltje te knappen in een MRI-machine, en terwijl dat niet lukte, deed ik maar alsof. Na goed twee uur stil te liggen, vertelde de zoemer aan de muur dat ik mocht opstaan en me mocht herkleden. De assistent zei dat een arts me over enkele dagen zou terugbellen. Ik vroeg of hij al dan niet nu al iets wist, wat dan ook. Hij zei dat, omdat hij in opleiding was, hij beter niets kon zeggen: Fouten zijn namelijk nog te mogelijk. Wat hij wel, na mijn harde aandringen, losliet, wat het volgende:
‘U moet me beloven dat dit de kamer niet verlaat (wat ik toen ook deed. Indien dit door deze brief toch uitkomt, dan spijt dat me, maar ik zal dan andere problemen hebben). Ons brein doet verschillende zaken als we slapen, één daarvan is het “proper maken” van de groeven en kanalen die ons brein zo distinct eruit doen zien. Bij mensen die slaaptekort hebben, zien we op onze scans een soort detritus, een afval dat ophoopt. U heeft dit niet. Laat me duidelijk zijn: In mijn ogen lijkt uw brein van een gezonde slaper.
‘Twee: U vertelde eerder van een geluid dat u hoort. Ik kan dit bevestigen, hoewel ik ook kan stellen dat deze kamer absoluut geluidsdicht is. Uw brein licht daar op waar geluid wordt verwerkt, hoewel er niets mag zijn om te verwerken. Ik weet niet of beide dingen gelinkt zijn, of dat het toeval is, of gewoon een van beide iets afwijkends doch normaal voor u is. Daarvoor moet u het woord van het hoofd afwachten.’
Niet echt op mijn gemak door zijn openbaringen ben ik naar huis gegaan, opgehaald door mijn vriendin natuurlijk. Mijn vermogen om in het verkeer veilig te navigeren was gekelderd na dag drie toen ik in vijfde probeerde onze garage uit te rijden. Anne rijdt niet graag maar momenteel heeft ze weinig keuze.
Plaats een reactie