Dagdromen – 15 maart

(vervolg van 12 maart dus eigenlijk)  

Wat ik zag daarbinnen… De villa was zo nodig nog mooier! Lange, dunne, grijswitte betongangen met hoge plafonds die altijd uitkijk gaven op de tuin, dat panoramische, die weidsheid. Geen deuren (ook vandaar de hitte, je moet álles verwarmen), witte, doorschijnende gordijnen voor als je wel de tuin zou willen afschermen (wie in Godsnaam?), een trap van stalen treden in de muur gebeiteld, ijskoud natuurlijk maar daarvoor heb je pantoffels, en geen rail eraan. Een stijlkenner was ons voorgegaan.  

Veerle begeleidde ons van inkom naar woonst, van aangebouwde keuken die gesplitst was van die living door een met marmer afgezet keukeneiland naar de eerste badkamer, die ook uitkwam op het binnenzwembad (iets dat niet op de afbeeldingen had gestaan, enkel een korte verwijzing in de tekst op de site. Pascal en ik hadden beiden de realiteit ervan betwijfeld).  

Dat binnenzwembad was filmisch, een meter of vijftien bij vijf om baantjes te trekken, overal ramen behalve aan het aangrenzende huis, en de beukenhaag die je beschermde tegen pottenkijkers. Ik zag ons er al langdurig loungen, cocktail in de hand. 

Ook stopte Veerle heel kort op de terugweg richting woonst in de berging, de enige ruimte zonder natuurlijk licht, wat ze met de enige trots zei. Een lege, saaie ruimte, niet opmerkelijk. Hah! 

Ze leidde ons door naar boven, die stalen trap op, naar de overloop die de twee slaapkamers en de bureau verbond. Dit was ook echt knap gedaan: een cirkel in het midden van de bovenste verdieping, de drie kamers zo gelegen dat ze niet in elkaars gezichtsveld keken, een effect dat weer die verrekijk opwekte, enkel doorbroken door de paar bomen speelterrein.  

Om in die kamers, die ook weer zachte gordijnen hadden, de liefde te bedrijven. Ik zag Pascal en mij al bezig, in die nétte buurt, onze sodomistische handelingen. Ik had hun blikken wel gezien op de bus, wat de mensen van ons denken.  

Dat ik niet luisterde naar wat Veerle tegen Pascal verhaalde – over de mooie beloftes van speelkamers, EPC-waardes, niet nodig om te verbouwen omdat recent opgewaardeerd, een school dichtbij, makkelijk de autostrade te bereiken, etc. etc. – ik moet het niet schetsen. Mijn gedachten waren elders. Niet voor niets moest Pascal mij regelmatig even uit mijn peinzingen wekken voor een van de vele ramen, zodat ik “de groep niet verloor”.  

Na afronding keuvelden Pascal en Veerle nog een tiental minuten na over kleine gebreken. Ik wou enkel mijn handtekening zetten en een voorschot in Veerles hand drukken. We konden het bedrag leggen, waarom al die drama errond maken. Maar Pascal dan onderbreken zou ook niet slim zijn, dus liet ik hen maar doen. Veerle gaf ons met een blik op haar horloge het foldertje van haar onderneming Haeckx en zonen, iets waar ze op haar bijdehante manier mee moest lachen, en verzocht ons de premissen te verlaten, de volgende prospecten kwamen al snel op de proppen. 

Pascal en ik hebben de twee kilometer tot aan de bus gewandeld (hij wilde natuurlijk wandelen, de buurt nu wel bezien, mijn eerdere opmerkingen in de wind geslagen). We bespraken eerst rustig, en dan ruziënd wat we van de villa dachten. Zijn problemen lagen bij de lopende kosten, bij afwerking die hij had gezien en opnieuw zou moeten over een aantal jaar, over de buurt (dat wist hij toch op voorhand! Kunnen wij er iets aan doen dat hij prachtig bruin is), en ook, omdat ik elk argument wel kon weerleggen of verdraaien, over dat hij het niet voelde, of misschien net iets te veel: ‘Je gaat lachen.’ 

‘Ik beloof niet te lachen,’ zei ik, in mijn nog zinderende kwaadheid. Dit was terug thuis, in Berchem, waar ons huis plots zo piepklein leek. Onbewoonbaar klein, met de 230 vierkante meter bewoonbare oppervlakte. Hier nu op terugkijkend, hoe hebben we dat ooit uitgehouden. 

‘Het leek,’ zei Pascal, zijn handen druk gebarend over de te snijden groenten, ‘alsof ik er niet was. Alsof alleen jij en Veerle er rondliepen, en ik lucht was in de ruimte.’ 

‘Baby…’ zei ik uiteraard, geschokt door zijn openbaring. Die terwijl ik hem geruststelde wel heel goed kon kloppen. Ik had hen geen van beide in het oog gehad tijdens onze rondleiding, hoewel ik natuurlijk in droomscenario’s rondwaande. Op de een of andere manier was hij ook niet in de scenario’s opgekomen. 

Met de juiste woordjes stelde ik hem gerust, maakte ik in gedachten de akte van overeenkomst al op, hem nu vertellend dat: “Nee, dat gaat geen probleem zijn, wij gaan er wonen,” en “Die kosten zullen wel meevallen,” en “Je zei toch dat je een uitzicht wou.” Ik had bij de geheime dienst moeten gaan, zo vlotte me hem in te pakken voor het idee. 

Ik kon Veerle nog net voor sluiting aan de lijn krijgen en haar met een mooie premie over de brug trekken om het werk te doen voor ze uitklokte.  

Om kwart voor zeven zei ze de magische woorden: ‘Enkel jullie beide handtekeningen nog.’ Ik hing zelfvoldaan op en zei tegen Pascal wat ik al heel die dag had gedacht: ‘Wat een vies kreng.’ Hij lachte en viel me bij, en we maakten wat grappen over haar manier van doen, haar lach en hoe ze geen klanten zou krijgen met haar mond.  

Ze heeft toch maar mooi dat huis verkocht gekregen aan ons, David. Ze heeft ons verdomme bespeeld als een piano, zelfs een premie ervoor gekregen! 

Plaats een reactie