Rimpels – Visite 3

12 oktober 2024

Ik had een collega uitgenodigd voor de sessie die in dit verslag ongenoemd zal blijven op hun aanvraag. Deze persoon zal ik vanaf dit punt Juror noemen.

Juror en ik bereidden samen de RSH voor die Dominique zou ondergaan. Dit hield onder andere in dat we een ligbed opstelden in mijn praktijk, de kamer verduisterden met dikke zwarte gordijnen, tapijt over de vloer spreidden en onze kleding ritseloos makend, zodat alles zo stil en gedempt mogelijk werd. De kamer wordt op deze manier een extensie van de slapende persoon, een die niet moet worden betreden want de hypnositeur is al in de ruimte.

Dominique kwam aan, weer ingepakt als voor een skireis, en legde zich na het ontdoen van zijn beschermende lagen geriefelijk op het bed. Zijn conditie was verergerd op die paar dagen, de verrimpeling nu strekkend tot zijn nek en torso. Juror en ik legden de procedure nogmaals uit, en dan begonnen we met wachtten. Dominique moest uit zichzelf, zonder hulp van een slaapmiddel, in slaap vallen. Ik had hem aangeraden geen pepmiddelen te nemen die dag, maar ook zich niet extra vroeg op te staan of in te spannen. Dit heeft vaak een averechts effect op slaapverwekking, zeker als er een soort druk bij te pas komt. Dus we wachtten in stilte tot Dominique in slaap viel. Uiteraard kon het dat dit niet lukte, wat betekende dat de sessie zou uitgesteld worden. In mijn ervaring komt dit gelukkig zelden voor. Eens op het bed zijn mijn cliënten in staat om te rusten, en vanzelf in slaap te vallen. Zo ook met Dominique. Zijn ademhaling werd afgemetener, en hij begon zelfs lichtjes te snurken. Ik zette een stille timer van twintig minuten, de tijd plus vijf minuten om tot een rem slaap te komen. De geest heeft zoveel tijd nodig om los te komen van het lichaam. Van dat moment zouden we twintig minuten hebben voor de geest terug bij het lichaam moest komen om de interne slaapcyclus van 45 minuten af te ronden.

Na vijftien minuten plaatste Juror zich aan het hoofdeinde met de handen aan Dominique’s tempels. Ik prevelde een schietgebedje en begon toen de timer afging met het infiltreren van de slaap. Dit ging vlot, en na enkele ogenblikken kon ik de vragen die ik had voorbereid stellen aan de meewerkende slaper. Hier volgt een transcriptie van dit gesprek.

A: Dominique, ik ga je nu wat vragen stellen als dat oke is. Weet je waar je bent op dit moment?

D: Ik ben in Antwerpen. Ik slaap. Ik ben ook ergens anders maar ik ben in Antwerpen.

A: En dit ergens anders, kan je iets zien?

D: Nee, het is hier donker.

A: Wil je voor mij proberen te voelen voor een lichtschakelaar? Ik denk dat er een moet zijn aan je linkerelleboog.

D: Juist. Ah nu kan ik wel zien. Ik sta op een strand. Er zijn palmen, de zee is warm aan mijn tenen. Ik hoor meeuwen.

A: Herken je deze plek?

D: Nee. Ik ben hier nog nooit geweest.

A: Zullen we samen een eindje gaan wandelen langs het strand anders?

D: Is goed. Ik zie in de verte wat huisjes bij elkaar staan. Daarheen?

A: Ja natuurlijk ga je gang. Hoe zien ze eruit?

D: Een beetje toegetakeld. Veel houten planken die rot van het zeewater aan de kant zijn gegooid. Er spelen kinderen op straat. Ze zijn een krab aan het treiteren met de scharen. Een aantal van de huizen hebben op de voordeur een hoofdletter V staan.

A: Wil je zo een huis binnengaan voor mij?

D: Ik zal eerst aankloppen.

A: Verschijnt er iemand?

D: Het lijkt leeg te staan. De kinderen zijn gestopt met spelen en kijken naar me. Misschien is het best dat ik hier wegga?

A: Probeer de klink eens?

D: Die geeft mee. Is dit wel een goed idee? Een van de kinderen is opgestaan en kijkt nu achter hem. Ik denk niet dat ik hier naar binnen wil.

A: Doe het toch maar.

D: Oke. Jij bent de baas. Wow.

A: Wat gebeurt er?

D: Er gebeurde iets indrukwekkend op het scherm.

A: Scherm? Welk scherm?

D: Van de cinema natuurlijk. De film is net op een hoogtepunt gekomen.

A: En de deur?

D: Die ben ik doorgegaan. De Jamaicaanse kust ziet er wel knap uit op dat beeld. Zo levensecht dat water.

A: Kan je eens rondkijken in de zaal? Wie zit er nog misschien?

D: Ik kan geen gezichten herkennen, daar is het te donker voor. Maar er is hier wel iemand naast me, ook helemaal opgeslorpt in de film. Spijtig dat ze geen lippen heeft, anders had ik wel even een kus gestolen.

A: Geen lippen… Dominique, misschien moet je even van film veranderen? Heb je geen zapper vast?

D: Eens kijken wat er nog op tv is. Oh, nu is de zaal aan het zuchten en aan het boe-roepen. Even kijken wat er interessant is. Ah dit wil ik zien. De Braziliëstraat 17 bus 7.

(Dit is mijn praktijkadres.)

A: Wat zie je op het scherm Dominique?

D: Het is donker. Misschien kan ik de helderheid verhogen?

A: Nee nee Dominique, dat is niet nodig!

D: Ah hier. Wat kan het kwaad. Hier is een schakelaar.

Op dit moment ging het licht in mijn kantoor aan. Juror en ik draaiden ons gelijktijdig om en zagen in de deuropening een natte figuur die dik en opgeblazen was en naar Dominique staarde. De gelijkenis tussen Dominique en de figuur was treffend, ook al was deze schim precies net opgevist uit het Albertkanaal. Het begon net te spreken toen Dominique zich roerde in zijn slaap en de schim vervaagde. Voor Juror of ik tijd hadden om te reageren, was het moment voorbij.

Dominique ontwaakte en kon zich niets herinneren van de gebeurtenissen. Ik zei dat ik eerst zelf naar de opname moest luisteren maar Dominique wilde er niets van weten. Sinds ik hem niet verder weg wou duwen dan hij al van ons afstond, heb ik ingestemd. Gelukkig hadden Juror en ik niet gereageerd op de schim, anders had dat ook moeten worden uitgelegd.

Toen de opname bij het Jamaicaans strand kwam, trok Dominique bleek weg. Een opmerking die me.nu treft, die Juror zei na onze patiënt vertrokken was: “Het leek alsof hij kieuwen had. Met die rimpelige huid.” Ik zag de witheid en pauzeerde de opname. Dominique zei meteen dat hij in Jamaica op verlof was geweest maar dat hij daar geen stranden had gedaan. Wel een oud dorp maar dat was verlaten. Ik stelde hem zo goed en zo kwaad als dat ging gerust dat dat niet perse iets wou zeggen. Soms geven mensen in dromen plaatsen aan, dat betekent niet dat ze betekenis hebben. Ik zag dat mijn woorden weinig raakten bij hem, en voegde eraan toe dat enkel als hij iets anders erbij herinnerde, hij dat beter nu kon zeggen. Ik hoopte op een verdere revalatie maar die bleef uit.

Gezien de plotse indringing van de droomwereld in de echte die Juror en ik al voelden vervagen met elke passerende seconde, rondden we snel af en beloofden Dominique’s resultaten door te nemen met hem op een later moment. Om eerlijk te zijn, en met de koude terugblik van latere kennis, was dit de foute keuze. Hoe geschokt we ook waren, Dominique had voor moeten gaan. Des te meer zo omdat hij degene was die manifesteerde buiten een droom.

Gedane zaken nemen geen keer. Juror zei dat hij praktisch geloofde dat de gedaanteverschijning wel degelijk een projectie van Dominique’s onderbewustzijn was, iets dat ook mijn vermoeden was en bevestigde. We hadden geen harde bewijzen, en geen mogelijkheid om Dominique hiervan op de hoogte te brengen zonder een mentale contaminatie dus besloten we dat dit fenomeen best tussen ons getweeën bleef.

De voorlaatste keer dat ik Dominique zag, was op zijn kot in de Hopland.

Plaats een reactie