Knagen – Deel 6

Drie dagen na het bezoek aan de slaapkliniek belde het hoofd van de afdeling, een zekere dokter Mitchell Detour. Het weekend zat er natuurlijk voor iets tussen. Mijn slaapprobleem was uiteraard in die periode tot bij de schoonfamilie geraakt, wie ik allemaal zeer dankbaar ben voor hun welgemeende tips. Ik kon ze niet zelf in ontvangst nemen, naast autorijden zijn ook familiebezoeken een dankbare ontneming. Ten zeerste zet ik hier nonkel Phil in de verf, die voorstelde, voor de verandering, om een paar slaapmutsen jenever te nemen. Een uitstekende tip aan een ex-drinker. Hoewel, mocht het helpen, had ik zelfs die acht jaar nu verbroken. 

Dokter Detour belde mij dus na het weekend. Na zich voor te stellen, vertelde hij in grote lijnen hetzelfde als de assistent. Hij had ook iets anders gezien en hij vroeg, met de nodige tact, of in mijn familie er al mensen kankers hadden gehad, vooral bloed- of hersenkankers. Ik antwoordde negatief en licht in paniek. Hij probeerde mij gerust te stellen, zei dat de kans klein was dat ik als enige symptoom een slaaptekort had en dat, omdat ik aangaf braaf mijn colonoscopie elke twee jaar liet uitvoeren, ik geen ware kans liep op uitzaaiing. Wat hij had gezien in mijn brein. 

Ik moet ook geen uitzaaiing zeggen. Hij had zwarte vlekjes op meerdere, uiteenlopende plekken gezien. Dokters. Ze zullen ook een kat geen kat noemen tot ze het eerst zelf hebben kunnen ontleden. 

Hij stelde voor dat ik nog die namiddag terugkwam. Ik moest bekennen dat ik thuis gevangen zat, mijn vriendin had voor een oppas gezorgd: Haar moeder. Stel je voor. De een kan niet autorijden van de slaap en de ander omdat die niet meer kan zien wat er zich afspeelt op de baan. Nu ja, ik moet ook eerlijk toegeven dat ik er niets voor voelde om bevestiging te krijgen van een kankerdiagnose die mij nog vijf maanden leven gunt. Als ik het vriendelijk maar resoluut mag zeggen: Nee dank u. 

De arts probeerde tevergeefs die dag me nog in de praktijk te krijgen. We konden een overeenkomst bereiken in de afspraak bij AZ Monica waar ik één: Slaap zou krijgen, verdoofd, maar toch; en twee: men zou in staat zijn om mijn brein op te volgen in de uren van waken, van slaap, en van wakker en uitgeslapen te zijn. Laat ons dat laatste hopen. 

Mij werd dus ook verzekerd dat er niets kon misgaan, maar ik denk: Een voorbereid man kan een IKEA-kast alleen in elkaar zetten. Daarom schrijf ik deze brief, en dat kan samen met het al bestaande testament. Hopelijk…  

Laat ons inderdaad hopen. 

Oliver Roermondt 

Plaats een reactie