‘Allereerst: Wat men in het bloed van uw man vond, is een opwekkend molecule dat gelijkt op een van de amfetamines: cocaïne, speed, dat soort stimuli. Eigenlijk had het onderzoek daar kunnen stoppen, deze soort drug mixen met een anesthesie leidt tot foute inschattingen. De taak zat erop voor ze in feite gestart was. Alleen vond men, toevallig maar nu lijkt het alsof het lot ons een handje uitstak, men vond een wit, doorzichtig extern ding in het bloedmonster.
‘Met andere woorden: Er was reden tot verder onderzoek. Eerst vond men nog van deze dingen in zowel bloed als lymfe, en vooral in dit tweede een hoge concentratie. Ook omstreeks dit punt kwam het eerste resultaat van een van de microbiologen terug: Een wormachtige parasiet, microscopisch klein, denk aan de flinterdunne vijltjes nagel die u regelmatig moet afslijten. Nauwelijks zichtbaar met het blote oog. Enkel in grote concentraties konden we die dingen zien op een microscoopplaatje, als een witte asrest.
‘Zoals gezegd vond men een hoge concentratie in het lymfesysteem: honderden wormen per centiliter lymfe. Op dit moment is het alle remmen los. Een tot vooralsnog onbekende parasiet die mogelijks amfetamines uitscheidt, en wij weten bijna niets hiervan. Ik bedoel maar, geen van de aanwezige artsen kennen een gelijkaardige parasiet. Onze voorzorgsmaatregelen werden meteen versterkt: volledige ontruiming en desinfectie van de autopsieruimte en het materiaal, enkel betreden met een volledig bodysuit, en een overplaatsing die nu op poten is gesteld naar een specialisten labo. U kan zich iets erbij voorstellen.
‘Onze onderzoeker heeft natuurlijk dan verder gezocht, nu alleen met een assistent en een berg toeschouwers in de aangrenzende ruimte, gespannen luisterend over de intercom. Mijn excuses voor wat volgt, dit is ietwat macaber. Men heeft in de nek, ter hoogte van de kaaklijn, een incisie gemaakt om bij de hersenen te komen, dit omdat meneer Roermondt’s probleem zich daar bevond. In de herstenstam, het onderste uitsteeksel van het brein, waar alle neuronen in verbinding komen met het lichaam, vond de assistent in een klein onderdeel van de stam, de hoogste concentratie aan wormen: honderden per milliliter. Het krioelde er van de dingen. Hij kon blijkbaar de wormen ook daadwerkelijk zien, met het blote oog.
‘Daarnaast zag hij, met behulp van een camera, in de wervels en onderste schedelpan, en dit is niet mijn vergelijking: “Een netwerk van over elkaar lopende groeven, zoals wanneer je de schors van een oude boom optilt, en de kanalen ziet van de insecten die daar hebben gegeten.” Dit veroorzaakte nogal een storm in de aangrenzende kamer, zoals u zich wel kan voorstellen.’
Martha luisterde gespannen, haar hoofd tuimelend van de informatie. Ze kon er kop noch staart van maken, alle verschillende dingen die ze vandaag gehoord had in de brief van haar schoonbroer en nu deze info van de arts. De man was even gestopt met spreken, wachtend op haar reactie die ze zo nu en dan gaf. Ze wilde net iets zeggen toen er boven gestommel klonk, en de treden van de trap, het enige hout in huis dat kon kraken. De arts vervolgde:
‘Ik zou u dit niet allemaal vertellen zonder reden, deze rapporten zijn uiteraard vertrouwelijk. Maar omdat we hier te maken hebben met iets onbekend, willen we zoveel mogelijk informatie verzamelen op dit moment.’
De deur opende en Anne schuifelde binnen, nachtjapon om, het haar verwaait, de wallen verdiept en Martha keek geschokt naar haar zus die daarnet een zolpidem-tabblet had ingenomen. Een paniekgevoel draaide zich op zijn kant, een hond die de kop opsteekt bij een vallend blad.
Aan de telefoon vroeg de arts: ‘Mevrouw Smeets?’, en Martha reageerde snel van ‘Ik ben er nog’, waarop Anne, die nog in de deuropening stond, met haar mond de woorden vormde: Wie is dat? — Martha gebaarde van laat vallen en stond op om haar zus de keuken in te volgen.
‘Ik wou vragen, mevrouw Smeets, of u misschien last van slaapproblemen heeft. We weten namelijk niet of deze worm, deze parasiet, besmettelijk is.’
Plaats een reactie