Knagen – Deel 9

Martha zocht haar zus’ blik die in de verkeerde kast naar een glas zocht. De arts aan de telefoon hield stil en Martha plaatste de gsm op het keukenblad neer. 

‘Alles oke Anne?’ vroeg ze met een zo-vast-mogelijke stem. Het verhaal van Oliver weerklonk in haar oren. De slapeloosheid, het lawaai, het onstopbare zagen. 

‘Ik kan niet slapen,’ zei Anne, vermoeid glimlachend terwijl ze het glas onder de kraan vulde met water. ‘Geen slaap.’ Ze haalde haar schouders op. ‘Trouwens, wie kan er nu slapen met buren die hun haag snoeien om tien uur.’ Ze hield haar hoofd schuin om beter te luisteren en keek nors naar Martha, die niets hoorde en wist dat de buren ook niet bezig waren momenteel. Haar kaken balden zich.  

Anne krabde aan haar hals, haar kaaklijn, en zei: ‘Heb je trouwens iets voor de jeuk misschien? Ik heb allemaal rode uitstortingen hier in mijn hals en die pikken als naalden.’ 

Martha stapte behoedzaam dichterbij, keek naar de opgeheven kin en zag de uitgespreide puntjes. ‘Ik kan wel iets pakken,’ zei ze, haar stem ver weg. Anne knikte en vroeg: ‘Wie was dat aan de telefoon?’, en bewoog toevallig enkel haar ogen naar de gsm op het tafelblad.  

Martha, die nu op een halve meter van haar zus stond, en net intens aan het kijken was geweest naar de nek, zag in de kuil van Annes oog wat gruis meekomen toen haar oog bewoog, dat dan snel terug naar de duisternis kroop.  

Haar schreeuw sneed door merg en been en op weg naar de grond raakte haar hoofd een van de kastjes, waardoor Anne haar telefoon in de drukte ophing om de hulpdiensten te bellen. Dat ze een arts aan de lijn had, kwam niet door haar vermoeide brein binnen.  

Martha werd wakker in donkere en steriele etherlucht, haar hoofd zwaar, haar oren fluitend en het duurde even voor ze zich realiseerde wat er gebeurd moest zijn. De gedachte dat Anne haar had aangeraakt zorgde ervoor dat ze terug begon te schreeuwen, en dat een van de verplegers haar een rustmiddel gaf, en waar Martha bij lachte dat het toch niets zou uithalen, dat ze immuum was voor dat soort medicijnen. Ze probeerde de arts zijn naam voor de geest te halen, probeerde de verpleger duidelijk te maken dat ze familie van Oliver Roermondt was maar de man zei enkel dat ze rust nodig had, slaap die zou komen met het medicijn. 

Twee uur later staarde ze nog steeds naar het plafond en probeerde niet te focussen op het verre knagen. Ze zag de piepkleine wormen zich nestelen in haar brein, en haar lichaam rilde en krioelde onder haar. Ze hoorde hen bezig in haar schedel, kanalen uitgravend in het witte bot.  

Oliver had twee weken gewacht op zijn dood. Martha wist niet of ze het zolang zou uithouden. 

Plaats een reactie