Maar dat moet ook niet, de Aarde herbergt namelijk iets dat geen goud eet, maar botten, heelder dijbenen van ongelukkige berggeiten in één grote slokop als het moet. Gigantische beesten zoals de bergen die ze bewonen, een stipje aan de hemel dat uitgroeit tot een spanwijdte van tweeënhalve meter en met dezelfde sierlijkheid als een holenuil de vleugels opvouwt. Ogen waaruit doodse intelligentie staart, een snavel als een haak, pluimen in kleuren die afsteken tegen elke achtergrond: rood, wit, geel, zwart, waarschuwingen aan kleinder corvusvolk: kijkt uit! Een karkaseter dat enkel de laatste resten kuist die alle andere aaseters laten liggen.
De naam in het Nederlands is de baardgier maar het dier heeft een tweede naam, een die weerklinkt als de brekende botten op de rots: De Lammergier.
Plaats een reactie