KaThuizen

Een kat moet volgens de wetten van het kathouden zes weken binnenblijven voor de buiten verkend mag worden. Deze lange periode wordt aangeschreven zodat het dier went aan een nieuwe plek, een woonst met nieuwe ouders na adoptie of een verhuis. Weglopen naar het bekende vorige is nog het minste van je zorgen, een kat vindt mogelijks de weg niet terug naar het nieuwe en loopt verloren, verliest zichzelf en vindt een triest einde door groggy van dorst en honger aangereden te worden door een gsm-ende auto. 

Dit te voorkomen betekent verplichte opsluiting, zes lange weken van vrijheid zien door proper gekuiste ramen (gloednieuw en schitterend van de bouwfolie) en van jakkeren op vliegende, zware duiven, zowel vrijheid als wellust symboliserend. Hard zijn betekent het, de cipier van een lieftallige gedetineerde, en die cipier zijn die niets liever wil dan vrijheid geven aan de trieste gevangene, schattige praaloogjes met enkel pupil. Vrijheid geven in stukjes dan maar, de buiten verkend onder toezicht, een bescherming tegen dat noodlot dat te allen tijde voorkomen moet worden.  

Het werpt de vraag op, als een volleybal die wordt geserved: Hoelang is je eigen opgelegde celperiode waarin je bescherming biedt tegen een verzonnen tragisch einde. 

Plaats een reactie