Veerle Haeckx rechtte het leren schriftje op haar bureau, legde het naast haar met de gemanicuurde hand erbovenop. Met een veelbetekenende blik keek ze de man over haar aan, die iets mompelde, rechtstond, zich verontschuldigde en zich uit de voeten maakte, zoals altijd de deur stil achter zich sluitend. Ze schudde het hoofd, de paardenstaart: pagodes? De man kende zijn architectuur hoor, há.
Nu stond ze zelf recht, haar handen netjes achter haar vouwend. Zozo. Ze keek vanuit haar kantoorraam naar de straat onder haar. Auto’s stopten voor het rode licht, reden verder. De bank aan de andere kant glansde in de winterzon. Veerle glimlachte, iets dat haar slecht lukte. Jong? Koket tot daaraan toe, maar jong? In elk geval had David gelijk gehad, ze had wel een mooie premie opgestreken.
Op het einde, altijd de berging, dacht ze, dat laatste toevluchtsoord. Ze stelde de knappe blonde man voor die ze die frisse maartdag had overtuigd het huis te kopen door het eigenlijk alleen te tonen. Pascal overtuigen was niet haar taak geweest, dat had ze snel doorgehad. Ze herinnerde zich nu het meeste van die dag weer krachtig, de dunne doorzichtige film die over de herinnering had gelegen gedwee weggetrokken, het dagboek van die dag ververst in haar geheugen.
Knap, blond, volslank maar niet in zijn gezicht, de gladde kaaklijn. Bijna spijtig om hem kneuzig en bang te bedenken in de bunkerberging. Doodsbenauwd voor iets hij probeerde, en faalde, te bevatten. Ach, het deed er niet toe. Hij was het huis niet uitgeraakt. De man had hem later gevonden, cirkeltjes lopend in de tuin, zijn vingers en tenen blauw, zijn gezicht aangevroren. Dit was niet de netste uitkomst, vond Veerle. Maar zo’n zaken heb je niet in de hand.
Het huis kon over een paar weken gelukkig wel weer op de markt; een nieuw koppel, een nieuwe toekomst. Misschien dit keer inzetten op een gezin?
Nog steeds glimlachend stak ze Davids dagboek in een bruine A4-folder samen met het getekende contract voor de aankoop van het huis. Ze opende de onderste lade van een enkele dossierkast tegen de muur. Daarin moest Veerle achterin met haar hand plaats maken om de folder met Pascal en Davids leven toe te kunnen voegen. De lade sluitend, wreef ze over de gekleefde sticker met daarop, in een mooi, rood schuinschrift: Geraniumstraat 7, Brasschaat.
Plaats een reactie