Dagdromen – december

Het tweede weekend van december moest ik weg, een vrijgezellen die al een hele tijd vaststond, waar Pascal ook niemand kent en dus niet wilde aansluiten. Hij keek er ook naar uit om rust in huis te vinden, hoogstens zaterdagavond een avondmaaltijd met zijn moeder (die mij ook op de hoogte ging stellen van hem). Een laatste rustweekend voor de kerstdagen, en nog twee dagen waarin hij hard kon doorwerken om het laatste beetje schade te verwerken dat zijn dagdromen hem hadden aangedaan.  

Ik ging zondagmiddag ook terug zijn, ik wist dat ik me zorgen maakte om niets maar toch waren ze er.  

En zaterdag was alles ook ok. Pascals ma belde me ’s avonds, wij al op café natuurlijk, sinds die middag. Ze stelde me gerust, Pascal zag er goed uit, niet uitgedroogd, hij had kunnen focussen op zijn werk, het ging hem goed. Ze hadden samen nog een film gekeken, zoals het klonk had ze hem net niet zelf in bed gestopt. 

Zondag belde ik hem in de late ochtend, een belletje dat hij heel normaal opnam, de beltoon een keer maar overgaand. Ik zei dat ik in Eindhoven vertrok, dat ik er anderhalf uur zou over doen, en dat ik wat katerig was. Hij zei: “Ok, tot straks, ik ga wat fitnessen denk ik.”  

Ik dacht dat dat een goed idee was, even het huis uit. Moest ik me daar geen zorgen over maken. 

Ik vond hem in het binnenzwembad, hoofd naar beneden. Hij had zijn zwemslip aan, de trainingsmuziek van Jay-Z stond op. Waarom had hij besloten te gaan zwemmen? Voor mij was het binnenzwembad eigenlijk een luxe die enkel gebruikt werd door onze te zatte cocktailgasten en voor hem deed het vooral dienst om af te koelen in de zomer. Ik had aan de telefoon kunnen doorvragen wat hij van plan was geweest, wat hij bedoelde met fitnessen…  

Ik mag er niet aan denken, dat is het veiligste, geen schuld opeisen hier. Ik kan er niets aan doen. 

Ik zie hem voor me, Pascal, zich klaarmakend in de zwemruimte, van niets bewust. Muziek opzetten, de stretches die hij met zijn gespierde en lenige lichaam doet, de spieren hier, daar, bollend. Hij moet ook toen ver gekeken hebben, door de ramen. Waarom kon hij dan niet wegdromen, op de springplank…?  

Dan, staand aan de korte zijde om een duik te nemen tot de andere kant, zich langmakend, hoog strekkend en diep lang duiken, de eerste waterspanning doorbreken en hopend ook zijn eigen spanning weg te zwemmen. Ik zie hem bovenkomen in het midden van het water en door de brede meterslange, allesomkoepelende ruiten kijken, de vroege ochtendzon, de perfecte rijen gesneden gras, de verre beukenhaag. Ik zie hem dat alles opnemen, naar adem happen, stoppen, en in een van zijn dagdromen verzinken. 

Arme Pascal, mijn arme baby. 

De begrafenis was mooi, een klein beetje overschaduwd door de agenten die me na zondagmiddag nog hadden ondervraagd maar ik had een waterdicht alibi. Er werd besloten dat er geen kwaad spel was opgezet, dat Pascal pech moet hebben gehad, een hartkramp die hem verlamde en deed verdrinken. Niemand kon het geloven en toch slikte men het als zoete koek. Enkel ik wist dat hij afgeleid moest zijn geweest en zich niet kon verzetten tegen die afleiding. 

Plaats een reactie